
Iets wat je heel makkelijk af gaat, is je talent. Ik ben bijvoorbeeld goed in opruimen, inhoud van keukenkastjes organiseren en Sinterklaasgedichten schrijven. Dat zijn dus mijn talenten. Als tegenhanger heb ik zeer zeker ook dingen waar ik een hekel aan heb, en die doe ik zoveel mogelijk niet. Maar dat terzijde.
Neem Lennaert, een kei in het repareren van de meest uiteenlopende apparaten. Hij is een ideale gast, want praat met iedereen en lust alles, zeker weten is hij goed gezelschap en, we gaan richting het onderwerp mensen, hij heeft groene vingers.
Als ik denk aan dingen die ik heel goed zou willen kunnen, dan is het plant. Ooit was het de bedoeling om van een afgesloten stukje inpandig balkon dat ik serre noem een mini-orangerie te maken van anderhalf bij drie, een perfect oppervlakje waar het licht en warm is.
Met een stel opiumtafeltjes en een mooie serrestoel, een sinaasappel- en citroenboom en nog wat ander warmteliefhebbend groen was het een schitterend stukje flat. Ware het niet dat mijn talent niet ligt in gebladerte. In nog geen twee maanden was de droom verdort en zat het vol met vieze vliegjes. De opiumtafeltjes hebben opgestapeld nog even gediend als statafel maar de serre is weer leeg.
Als groene vingers overerfelijk zouden zijn dan zou ik een fantastische botanica zijn; mijn moeder had bijna letterlijk groene vingers. Zij kon dooie planten tot leven wekken durf ik te beweren. Zo graag zou ik dat talent ook hebben, maar helaas, planten verdorren als ik ernaar kijk en ik verdenk ze er weleens van dat ze wegduiken als ik in de buurt kom.
Mijn moeder kreeg ooit een stekje van een potloodplant. Echt alleen een klein potloodplantje van 5 cm; ze nam het mee en zette het in een potje aarde. Hoe ze het deed deed ze het, dat ding begon te groeien en ik overdrijf niet: het werd een plant van langer dan een meter en hij moest zelfs steeds gesnoeid worden. Een potloodplant snoeit heel makkelijk want je breekt er gewoon een potloodje af en, zou je denken, dat zet je in de grond en dan wordt het vanzelf een groot potlood.
Dat is dus niet zo. Want ik heb het meerdere meerdere meerdere keren geprobeerd, tot het moment dat mijn moeder wanhopig riep: wat DOE jij toch met die plant, zo moeilijk is het toch niet? En zo werd een talent van mijn moeder vastgesteld.
Ik was dit allemaal allang vergeten, maar gisteren liep ik de Lidl binnen en wat stond daar: een potloodplantje. Hij stond bijna in mijn karretje want ik had er helemaal zin in. Maar terwijl ik ernaar keek, kreeg ik het gevoel dat hij al een beetje begon dood te gaan.
Ik heb hem teruggezet, dat leek me humaner.
Je moet je talenten herkennen.
En dat betekent in mijn geval dat ik planten met rust moet laten.
Wat vond je ervan? Laat het me weten!