Waar gedachten wortel schieten.

[
[
[

]
]
]

Ooit, toen ik nog een klein Olimpje was en bij mijn ouders woonde, woonden we met zn vieren, vader moeder zus en ik, in een heel klein flatje in een grote stad. Was het een flat? Was het een appartement? Ik weet eigenlijk niet hoe zo’n onderkomen heette maar het was klein. Een huiskamertje, keukentje, halletje, slaapkamertje waar mijn zus en ik in een stapelbed sliepen, een badkamertje met een heus lavet en de slaapkamer van mijn ouders, die tegelijkertijd ook de eetkamer was.

We hadden geen van vieren een eigen kamer, het was klein, en gezellig. Ik had een eigen bureautje met potloden en kleurblaadjes, met een stapel Donald Duckjes en meer had ik niet nodig.

We moesten groter gaan wonen, mijn zus ging bollebozen op het VWO, ik zat inmiddels op de lagere school in klas vier en het was tijd voor ieder een eigen ruimte. Zo verhuisden we naar de stad naast de grote stad. Een veel mooiere stad, mijn vader had het niet beter kunnen uitzoeken.

In een nieuwbouwhuis kregen mijn zus en ik een eigen kamer. Wat een heerlijkheid. Mijn kamertje was niet groter dan voor een bed, een bureautje met pennen en boekjes en een hamster in een kooi. Mijn zus kreeg de grotere kamer want zij was de oudste en moest al huiswerk maken, het pleit was snel beslecht. Mij maakte het niet uit want ik had mijn eigen spulletjes in mijn eigen bureautje en een deur die ik dicht kon doen.

Mijn zus ging de deur uit, trouwen en een eigen huis. En ik mocht van mijn kleine kamertje verhuizen naar de grotere kamer. Daar kon naast het bed en het bureautje en de hamsterkooi ook een stoel en een tafeltje staan. Heel gezellig, maar het bureautje bleef de belangrijkste plek.

Weer wat later ging ook ik de deur uit, samenwonen in een flat verderop. Die was groot, daar had mijn vriend een eigen kamer en ik ook. Weer met een bureautje en vouwblaadjes en potloden en plakplaatjes. In mijn kamertje moest ook de was drogen maar dat gaf niet, een eigen kamertje is een groots bezit.

Toen kwam er een kindje bij, en de flat werd verruild voor een mooi huis met een tuin. Geen eigen kamertje meer voor mij want er was een kindje dat ruimte nodig had. Ik had nog wel mijn blaadjes en knutselspulletjes in een doos, en die deelde ik met liefde met het kindje, dat wel een eigen tafeltje had op zijn kamertje. Er kwam nog een kindje bij, en voor de gezelligheid woonde die in hetzelfde kamertje als het andere kindje, zij speelden lang en gelukkig.

Plotseling moest ik een ander huis vinden voor mij en de kindjes, en wij kwamen in een kleiner appartement terecht, geen eigen kamertjes, wel een kamertje waar de kindjes samen sliepen, met een piano en een spelcomputer, allebei een eigen bureautje om huiswerk te maken.

De kindjes werden groot en gingen het huis uit, en opeens had ik een appartement, niet meer om te delen maar voor mijzelf alleen. En een lege kamer, zonder doel, zonder inhoud, leeg en zonder iets erin.

Na wat schuiven kwam in het lege kamertje een bureau, want er was inmiddels een man bij gekomen die soms wel eens bleef slapen en dan in het kamertje kon werken. Er kwamen twee computerschermen bij en een mooie stoel, een kastje voor boeken en leuke dingetjes en een schemerlamp voor de sfeer. Maar de vriend werkte ook graag bij zichzelf thuis en opeens was het kamertje voor mij alleen.

Er staat een bureautje in met een achteroverleunbureaustoel, en een makkelijke stoel voor als ik alles vanuit een andere hoek wil bekijken, een beeldscherm en een laptop, en mooie gekleurde pennen met papiertjes en opschrijfboekjes.

En zo ben ik weer terug bij het begin. Een paar jaar ouder en weer met een eigen kamertje met een eigen bureautje met potloden en opschrijfboekjes en mooie papiertjes. En een heel mooi uitzicht. Dat ook.


Ontdek meer van De bladen van Olim

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wat vond je ervan? Laat het me weten!

Ontdek meer van De bladen van Olim

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder